Thema's

18 jaar (0)
agrarisch (0)
akte (0)
Arbitrage (0)
behoefte (0)
Beslag (1)
Bouwrecht (2)
Erfgoed (0)
Erfpacht (1)
Erfrecht (1)
executie (0)
Geurnorm (0)
Huurrecht (2)
huwelijk (0)
Koop (3)
Lease (0)
loonstop (0)
Maatschap (2)
melkvee (0)
MER (0)
MKB (0)
Ontslag (2)
Opbouw (3)
Opzegging (1)
Pacht (4)
Pandrecht (0)
peildatum (0)
Pensioen (0)
Proeftijd (1)
rente (0)
scheiding (0)
Spuitzone (1)
studie (0)
stuiting (0)
vacature (2)
Vastgoed (39)
verdeling (0)
Verjaring (1)
Visrecht (0)
Welstand (2)
Windpark (0)
Ziekte (3)
zoeken (0)

Kraken en leegstand

Publicatiedatum: 
donderdag, 10 mei, 2012

Steeds vaker staan panden langere of kortere tijd leeg, eenvoudigweg omdat de vorige gebruiker vertrokken is en er nog geen nieuwe gevonden is. Sinds de woningmarkt in het slop is geraakt geldt dit voor woningen, maar voor bedrijfsgebouwen is het niet anders. Dat maakt het risico op kraken steeds groter. De wetgever heeft een oplossing voor deze problematiek willen bieden in de Wet kraken en leegstand, zoals die op 1 oktober 2010 in werking is getreden. In die wet is kraken strafbaar gesteld in artikel 138 a van het Wetboek van Strafrecht. Gelijktijdig is de leegstandswet op een paar punten aangepast. Op basis van die strafbaarstelling kon het Openbaar Ministerie zonder nadere aankondiging tot ontruiming over gaan. Helaas heeft de strafbaarstelling niet gebracht wat de wetgever ermee beoogd heeft. De basis daarvan ligt in de rechtspraak; in eerste instantie van de lagere rechters. Op grond van Europees recht werd geoordeeld dat, voordat tot strafrechtelijke ontruiming van de gekraakte panden overgegaan zou mogen worden, toch een aankondiging diende plaats te vinden opdat de krakers in de gelegenheid zouden zijn de juistheid van de ontruiming aan de rechter voor te leggen. Daarmee gaat weer de nodige tijd, moeite en discussie gepaard, juist datgene wat bespaard had moeten worden.

De Hoge Raad heeft in oktober 2011 bevestigd dat een ontruiming een dusdanig grote inbreuk maakt op een gevestigd huisrecht (lees: de bewoning door een kraker) dat dit alleen op basis van een zorg-vuldige afweging mag gebeuren. De automatische ontruimingen door het Openbaar Ministerie waren daarmee van de baan. En bood de strafrechtelijke ontruiming dus niet de beoogde oplossing. De bestuursrechtelijke pendant is daarbij gezocht in de mogelijkheid voor gemeenten om een leegs-tandverordening op de stellen. In zo’n leegstandsverordening kunnen aan eigenaren van leegstaande gebouwen concrete verplichtingen worden opgelegd. Dit kan zijn het doen van een leegstandmelding en zelfs het accepteren van een door burgemeester en wethouders voorgedragen gebruiker van een leegstand pand. De eigenaar kan deze gedwongen bewoner nog slechts tegenhouden als hij erin slaagt, binnen een redelijke termijn, een andere gebruiker te vinden die het pand in gebruik neemt. Slechts weinig gemeenten hebben een dergelijke leegstandsverordening opgesteld. De geboden middelen lijken ook niet zo praktisch. Immers, als al een gebruiker gevonden kan worden, dan zal de ei-genaar die eigener beweging wel in zijn pand laten. Daar hoeft geen bestuurlijke verplichting met de nodige haken en ogen aan toegevoegd te worden.

Wat resteert is de ouderwetse methode van het civiele kort geding. Kraken blijft onrechtmatig, ook al gegeven de strafbaarstelling. Hoewel de eigenaar vaak de identiteit van de krakers niet kent is de hobbel van het anoniem dagvaarden te nemen; uiteindelijk zal dan een ontruiming met behulp van de sterke arm plaats kunnen vinden. De nieuwe wettelijke middelen hebben de kwaal dus niet kunnen verhelpen, maar de oude methoden zijn niet zonder meer onbruikbaar.

J.W. van der Linde

Begrippen: